1

1. Warmtestroming flux: Warmte wordt overgedragen door verplaatsing van een warme vloeistof of een warm gas, of van een koude vloeistof of een koud gas. Een gas of vloeistof met hogere temperatuur heeft een lagere massadichtheid en zal dan ook stij-gen. Hierdoor wordt warmte door de ontstane stroming in de vloeistof of gas meege-voerd. De warmte stromingsflux wordt ook wel convectie genoemd.
2. Warmtestraling Flux: Warmte kan ook overgedragen worden tussen twee voorwerpen die elkaar niet raken. Wanneer een voorwerp warm is kan het warmte en elektromag-netische straling produceren (vb. De zon, een gloeilamp). Daardoor gaat het warme voorwerp afkoelen, en het voorwerp dat de straling opvangt deze absorberen en op-warmen.
3. Warmtegeleiding flux: Geleiding gaat optreden binnen een vaste stof. Hierbij gaat warmte over deeltjes met een hogere temperatuur naar koudere deeltjes. Deeltjes meteen hogere temperatuur hebben een hogere interne energie-inhoud en trillen dan ook heviger. Wanneer deze botsen met deeltjes met een lagere energie-inhoud gaan ze een deel van hun energie afstaan. Dit zorgt dat de koudere deeltjes harder gaan tril-len, een hogere energie-inhoud krijgen en dus ook opwarmen. De wet van Fourier be-schrijft de warmtegeleidingsflux. Deze wordt verder in dit document toegelicht. In bijna alle gevallen, zal warmteoverdracht plaatsvinden door meerdere van deze flux vor-men. In het geval van geologische opslag van radioactief afval, zal de warmteover-dracht van de binnen de vaten opgewekte warmte naar de koudere kleilaag plaatsvin-den.